ECLI:NL:CRVB:2007:BA3606
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Weigering overneming pensioenpremies en ontbindingsvergoeding door UWV
Appellant werkte sinds 1987 als vertegenwoordiger en was sinds 2000 arbeidsongeschikt met een WAO-uitkering. Na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst in 2003 door de kantonrechter, waarbij een vergoeding werd toegekend, verzocht appellant het UWV om overneming van niet-betaalde loonbetalingen en pensioenpremies.
Het UWV wees dit verzoek af omdat de vorderingen buiten de termijnen van artikel 64 WW Pro vielen en de ontbindingsvergoeding niet voor overneming in aanmerking komt. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit, waarna het UWV een nieuw besluit nam.
In hoger beroep beperkte appellant zijn geschil tot de weigering van overneming van niet-betaalde pensioenpremies en het deel van de ontbindingsvergoeding dat betrekking heeft op deze premies. De Raad oordeelde dat de ontbindingsvergoeding, ook voor het pensioenpremiedeel, niet binnen de WW-termijnen valt en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de pensioenpremies binnen de relevante termijnen onbetaald zijn gebleven.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarbij ook geen proceskostenvergoeding werd toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het UWV mag de niet-betaalde pensioenpremies en het pensioenpremiedeel van de ontbindingsvergoeding weigeren over te nemen.