ECLI:NL:CRVB:2007:BA3671
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing langdurigheidstoeslag wegens onvoldoende bewijs bij inkomsten uit hennepkwekerij
Appellant vroeg op 28 februari 2005 een langdurigheidstoeslag aan bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage. Deze toeslag wordt toegekend aan personen die gedurende een onafgebroken periode van 60 maanden een inkomen op bijstandsniveau hebben gehad. Het College wees de aanvraag op 8 maart 2005 af omdat appellant deze voorwaarde niet voldeed. Ook het bezwaar van appellant werd op 10 mei 2005 ongegrond verklaard, en de rechtbank bevestigde dit in haar uitspraak van 28 maart 2006.
In hoger beroep stelt appellant dat hij wel recht heeft op de toeslag. De Raad stelt vast dat appellant van 25 mei 2003 tot en met 13 mei 2004 een professionele hennepkwekerij exploiteerde, waarbij 105 planten werden aangetroffen. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende heeft bewezen dat zijn inkomen gedurende de relevante periode onder de bijstandsnorm lag. Het rapport van 15 juni 2004, waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel werd geschat, ondersteunt niet de stelling van appellant.
Gezien de aard en omvang van de kwekerij acht de Raad het niet aannemelijk dat de opbrengst uitsluitend voor eigen gebruik was. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat appellant aan de voorwaarde van artikel 36, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB voldoet. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor langdurigheidstoeslag wordt afgewezen vanwege onvoldoende bewijs dat het inkomen onder de bijstandsnorm lag.