ECLI:NL:CRVB:2007:BA3809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig grondwerker, ontving sinds 1988 een WAO-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door het UWV en een bezwaarverzekeringsarts, waarbij ook medische gegevens uit Turkije werden betrokken, werd de uitkering per 24 november 2002 ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege diverse klachten, waaronder rug- en nekpijn, prostaatproblemen, een lichte verlamming, visusklachten en een liesbreuk, niet in staat was de voorgestelde functies te vervullen. Het UWV had echter twee van de vijf functies laten vallen vanwege taalvereisten en achtte appellant geschikt voor de overige drie functies.
De Raad oordeelde dat het UWV en de verzekeringsarts voldoende rekening hadden gehouden met de medische beperkingen, inclusief de rapportages van Turkse artsen. Er was geen bewijs dat de liesbreuk in november 2002 al bestond of beperkingen veroorzaakte. Ook werden geen aanvullende gegevens over visusklachten overgelegd. De Raad concludeerde dat appellant geschikt was voor de resterende functies en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.