ECLI:NL:CRVB:2007:BA3824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds 1996 bijstand als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een fraudemelding in januari 2004 heeft de sociale recherche onderzoek gedaan naar haar woonsituatie. Uit het onderzoek bleek dat appellante en appellant een gezamenlijke huishouding voerden op het adres van appellant, terwijl appellante een ander postadres gebruikte waarvoor zij betaalde.
Het College heeft op 16 februari 2005 de bijstand ingetrokken met terugwerkende kracht vanaf 26 november 2001 en de kosten van bijstand over de periode tot en met 30 november 2004 teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante en appellant ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden.
De Raad oordeelt dat appellante en appellant hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door dit niet te melden. Hierdoor had appellante geen recht meer op bijstand als alleenstaande ouder. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenverplichting.