ECLI:NL:CRVB:2007:BA4046
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Verzoeker had bijstand ontvangen die door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage per 1 maart 2006 werd ingetrokken wegens schending van de inlichtingenverplichting. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard en de voorzieningenrechter van de rechtbank bevestigde dit in een eerdere uitspraak.
Verzoeker stelde dat hij en zijn gezin sinds de intrekking geen inkomsten meer hadden en dat hun vaste lasten doorliepen, waardoor een voorlopige voorziening noodzakelijk was. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat er onvoldoende sprake was van een spoedeisend belang. Uit de stukken bleek dat verzoeker sinds 7 november 2006 weer algemene bijstand ontving en dat er geen aanwijzingen waren voor bedreigende schulden of een acute financiële noodsituatie.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter benadrukte dat het systeem van voorlopige voorzieningen niet bedoeld is om de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen zonder dat er sprake is van een dringende noodzaak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.