ECLI:NL:CRVB:2007:BA4276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- G.L.M.J. Stevens
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang bij intrekking functioneringsbeoordeling universitair docent
Appellant was universitair docent bij Wageningen Universiteit en Researchcentrum en kreeg op 26 mei 2004 een functioneringsbeoordeling die op 22 juli 2004 werd vastgesteld door het college. Het college trok deze beoordeling op 10 mei 2005 in vanwege niet-naleving van formele procedureregels. Appellant stelde beroep in tegen het bestreden besluit, niet tegen de intrekking zelf, maar tegen een specifieke passage en enkele overwegingen ten overvloede.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel procesbelang had bij het schrappen van de passage en overwegingen. De Raad overwoog dat de passage slechts een beschrijving van de gevolgen van de intrekking bevat en geen materiële erkenning van onjuistheid inhoudt, waardoor geen rechtsgevolg ontstaat dat procesbelang rechtvaardigt.
Ook de ten overvloede gegeven overwegingen hebben geen zelfstandig rechtsgevolg en raken de rechtspositie van appellant niet. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een vergoeding van proceskosten af. De zaak werd in het openbaar behandeld op 12 april 2007.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.