ECLI:NL:CRVB:2007:BA4305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WW-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis
Appellante had een WW-uitkering ontvangen, maar het UWV stelde op basis van een fraudeonderzoek vast dat zij ten onrechte had verklaard in dienst te zijn bij een uitzendbureau. Het UWV vorderde daarom onverschuldigde uitkeringen terug. Appellante stelde in hoger beroep dat zij aan de wekeneis voldeed, omdat zij in de referteperiode feitelijk had gewerkt en loon had ontvangen over niet-gewerkte weken.
De Raad oordeelde dat de verklaringen van appellante tegenstrijdig waren en onvoldoende aannemelijk dat zij daadwerkelijk gedurende de relevante weken had gewerkt. Verklaringen van betrokken bedrijven en getuigen ondersteunden dit oordeel. Ook de stelling dat zij loon had ontvangen over niet-gewerkte weken werd niet aannemelijk geacht, mede vanwege het late tijdstip van overleggen van loonbewijzen en tegenstrijdigheden in verklaringen.
De rechtbank had het beroep al ongegrond verklaard en de Raad bevestigde deze uitspraak. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De beslissing van het UWV tot terugvordering van de onverschuldigde WW-uitkering bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de terugvordering van de onverschuldigde WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.