ECLI:NL:CRVB:2007:BA4314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op WW-uitkering bij niet voldoen aan wekeneis en toezegging UWV
Betrokkene was van 22 januari 2002 tot 21 januari 2004 werkzaam als taxichauffeur en vroeg per 21 januari 2004 een WW-uitkering aan. Het UWV weigerde de uitkering wegens verwijtbare werkloosheid en het niet voldoen aan de wekeneis zoals bepaald in artikel 17 van Pro de WW. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen het tweede besluit gegrond, omdat het UWV volgens de rechtbank onterecht aan de wekeneis had getoetst na een eerdere toezegging.
In hoger beroep stelt het UWV dat toetsing aan de dwingendrechtelijke wekeneis niet kan worden genegeerd en dat betrokkene geen recht had op uitkering vanaf 2 april 2004. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het UWV door haar uitlatingen de gerechtvaardigde verwachting heeft gewekt dat niet aan de wekeneis zou worden getoetst.
De Raad oordeelt dat uit de verklaringen van het UWV juist blijkt dat toetsing aan de wekeneis zou plaatsvinden en dat het niet toekennen van een uitkering bij het niet voldoen aan deze eis in overeenstemming is met de WW. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd en het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 19 december 2005 wordt ongegrond verklaard omdat betrokkene niet voldeed aan de wekeneis.