ECLI:NL:CRVB:2007:BA4337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag politiefunctionaris wegens plegen ontucht met stiefdochter
Appellant, een brigadier bij de politieregio, werd in 2002 buiten functie gesteld en geschorst wegens verdenking van zedendelicten. Na een strafrechtelijk onderzoek door het Bureau Interne Zaken en het bureau Jeugd- en Zedenzaken werd hij ontslagen wegens plichtsverzuim, waaronder het plegen van ontucht met zijn stiefdochter, zoals het afscheren van schaamhaar, aanraken van borsten en het nemen van deels ontklede foto's.
Appellant stelde dat het interne onderzoek onvoldoende was en dat de verklaringen onzorgvuldig waren verkregen, onderbouwd met een kritisch rapport van een deskundige. De Raad oordeelde echter dat de kwaliteit van het verhoor de betrouwbaarheid van de aangifte niet aantastte en dat de korpsbeheerder terecht uitging van het strafrechtelijk onderzoek.
Hoewel appellant de gedragingen niet langer betwistte, stelde hij dat deze binnen een open gezinsklimaat moesten worden gezien. De Raad verwierp dit en benadrukte dat appellant misbruik maakte van zijn overwicht en het vertrouwen als politiefunctionaris ernstig schaadde.
De Raad achtte het ontslag als disciplinaire straf passend en niet onevenredig, ook gelet op eerdere strafrechtelijke sancties. Het beroep tegen het ontslag werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Dordrecht bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van de politiefunctionaris wegens plegen van ontucht met zijn stiefdochter wordt bevestigd als een passende en niet onevenredige disciplinaire straf.