ECLI:NL:CRVB:2007:BA4341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Intrekking WW-uitkering en toeslag wegens niet voldoen aan wekeneis door onvoldoende arbeid
Betrokkene diende in oktober 2002 een aanvraag in voor een WW-uitkering en toeslag, waarbij zij verklaarde 40 uur per week te hebben gewerkt bij een uitzendbureau. Na onderzoek bleek dat zij slechts 44 dagen in 16 weken daadwerkelijk als werknemer werkzaam was geweest. De uitkeringsinstantie trok daarop de uitkering en toeslag met terugwerkende kracht in en vorderde de onverschuldigd betaalde bedragen terug.
De rechtbank vernietigde deze besluiten, stellende dat betrokkene op grond van loonstroken en bankafschriften aannemelijk had gemaakt aan de wekeneis te voldoen, ook in weken waarin zij geen arbeid verrichtte. In hoger beroep stelde de uitkeringsinstantie dat betrokkene alleen op de dagen dat zij als uitzendkracht werkte als werknemer kon worden aangemerkt en dat de overige weken niet voldeden aan de wekeneis.
De Raad oordeelde dat betrokkene in de overige weken niet voldoende aannemelijk had gemaakt dat zij arbeid verrichtte in dienst van het uitzendbureau. De familieband speelde een grote rol in de arbeidsrelatie, waarbij betrokkene geen wezenlijke werkzaamheden verrichtte. Hierdoor was geen sprake van een normale arbeidsovereenkomst en voldeed zij niet aan de wekeneis uit artikel 17 WW Pro. De intrekking van de uitkering en toeslag werd daarom bevestigd, evenals de terugvordering van onverschuldigde betalingen.
Uitkomst: De intrekking van de WW-uitkering en toeslag wordt bevestigd wegens het niet voldoen aan de wekeneis.