ECLI:NL:CRVB:2007:BA4403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Betrokkene, geboren in 1953, ontving sinds 1996 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door rechterarmklachten. Na een vijfdejaarsbeoordeling in 2002 werd de uitkering herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid (15-25%). Betrokkene voerde bezwaar aan met aanvullend medisch bewijs dat meer beperkingen toonde dan erkend.
De rechtbank heropende het onderzoek en liet een orthopedisch chirurg een aanvullend rapport opstellen, waarin ernstige neurologische klachten werden vastgesteld die niet waren meegenomen in eerdere beoordelingen. De rechtbank oordeelde dat slechts twee functies geschikt waren, onvoldoende voor een juiste schatting van arbeidsongeschiktheid, en vernietigde het bestreden besluit.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelde vast dat de eerdere medische onderzoeken tekortschoten, met name doordat neurologische afwijkingen niet waren onderkend en functionele beperkingen onvoldoende waren gemotiveerd. De Raad veroordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van proceskosten en legde griffierecht op.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt bevestigd vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.