ECLI:NL:CRVB:2007:BA4459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing geschiktheid functies
Appellant, een magazijnmedewerker die wegens heupklachten een heupprothese kreeg, werd door het UWV beoordeeld als minder dan 15% arbeidsongeschikt en kreeg daarom geen WAO-uitkering toegekend. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarbij ook bezwaren over psychische gesteldheid en taalvaardigheid werden verworpen.
In hoger beroep werd een rapport van een bezwaararbeidsdeskundige overgelegd dat de geschiktheid van de geselecteerde functies in medisch opzicht onderbouwde. De Raad stelde vast dat het UWV het bestreden besluit niet introk, maar twijfels had over de onderbouwing en om nader onderzoek had gevraagd, dat werd geweigerd.
De Raad oordeelde dat het rapport van de arbeidsdeskundige voldoende transparantie en toetsbaarheid bood om het CBBS-systeem te ondersteunen, maar dat het besluit strijdig was met de Awb-artikelen 3:2 en 7:12 wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding. De rechtsgevolgen van het besluit konden echter in stand blijven.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en tot betaling van het griffierecht. De uitspraak vernietigt het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond, maar handhaaft de rechtsgevolgen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.