ECLI:NL:CRVB:2007:BA4464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens ondeugdelijke motivering en onzorgvuldige voorbereiding in WAO-schatting
Appellant, voormalig koerier/administratief medewerker, meldde zich in 1992 ziek met rug-, maag- en beenklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend van 80-100% arbeidsongeschiktheid. In bezwaar en beroep werd onder meer het ontbreken van verwerking van depressieve klachten in de beoordeling aangevoerd.
De bezwaarverzekeringsarts Ten Hove concludeerde dat er wel een dysfunctie was maar geen neurologische uitval, en dat er sprake was van recidiverende depressieve klachten die het handelingstempo beïnvloeden. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) werd gewijzigd, maar zonder specifieke beperking van het handelingstempo. Het UWV handhaafde het besluit tot intrekking van de uitkering.
De rechtbank onderschreef de medische en arbeidskundige grondslagen, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, met name vanwege het niet adequaat verwerken van de beperking in handelingstempo en onvoldoende onderbouwing van de relatie tussen psychische beperkingen en belastende aspecten van functies.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, en beveelt het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en onzorgvuldige voorbereiding, met opdracht tot een nieuw besluit op bezwaar.