ECLI:NL:CRVB:2007:BA4479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling berekening referte-inkomen en garantietoelage bij invoering Honoreringsregeling 1999
Appellant, werkzaam als medisch specialist bij het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG), voerde naast zijn ambtelijke aanstelling een vrije praktijk met zelfstandig declaratierecht voor particuliere patiënten. Met de invoering van de Honoreringsregeling 1999 verviel deze mogelijkheid, en werd een overgangsregeling getroffen waarbij het oude inkomen werd gefixeerd en gecompenseerd met een garantietoelage.
Appellant betwistte de berekening van zijn referte-inkomen, omdat de inhoudingen van 21% administratiekosten en 10% vereveningsfonds op zijn particuliere honoraria niet in aanmerking waren genomen als kostenposten. Hij stelde dat deze inhoudingen als kosten van de praktijk moesten worden beschouwd, vergelijkbaar met kosten die een zelfstandige ondernemer zou maken.
De Raad oordeelde dat onder inkomsten uit particuliere honoraria moet worden verstaan hetgeen daadwerkelijk aan declaratie-inkomsten is ontvangen. De inhoudingen van 21% en 10% behoren niet tot het inkomen omdat appellant geen aanspraak had op deze bedragen. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak, waarmee het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.