ECLI:NL:CRVB:2007:BA4534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens verzwijgen WAO-situatie en medische geschiktheid functie
Appellante was werkzaam als groepsleerkracht en werd ontslagen wegens het verzwijgen van haar WAO-uitkering die zij sinds 1985 ontving vanwege arbeidsongeschiktheid. De stichting stelde dat zij bij haar aanstelling onvolledige informatie had verstrekt, wat volgens artikel II D3 van het Rpbo ontslag rechtvaardigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, mede op basis van een getuigenverklaring van een personeelsfunctionaris die ontkende dat appellante haar WAO-situatie had gemeld. In hoger beroep oordeelde de Raad dat deze verklaring doorslaggevend was, maar dat de stichting niet zorgvuldig had gehandeld door verklaringen van locatiedirecteuren niet schriftelijk vast te leggen.
De Raad benadrukte dat sollicitanten een meldingsplicht hebben voor medische feiten die een reële bedreiging kunnen vormen voor de functie, maar dat de stichting ook de plicht had om medisch onderzoek te laten verrichten door een gecertificeerde arbodienst. Omdat de stichting dit naliet en appellante zonder meer ontsloeg, was het besluit in strijd met de zorgvuldigheidseisen van de Awb.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de stichting een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, rekening houdend met de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd de stichting veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt vernietigd en de stichting moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen.