ECLI:NL:CRVB:2007:BA4641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit na medische beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem een WAO-uitkering toe te kennen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. Het bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank Arnhem, die oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen en gebaseerd was op anamnese, eigen onderzoek en dossierstudie, alsmede informatie van de behandelend internist en huisarts.
Appellant stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat er sprake was van meer beperkingen dan vastgesteld. Tevens werd aangevoerd dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, mede in het licht van eerdere uitspraken van de Raad. De Centrale Raad van Beroep overwoog echter dat appellant geen nieuwe medische gegevens had ingebracht die de eerdere beoordeling konden weerleggen.
De Raad zag geen aanleiding om een nieuw medisch onderzoek te gelasten en vond dat ook de arbeidskundige onderbouwing in de bezwaarfase voldoende was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad concludeerde dat appellant in staat is de hem geduide functies te vervullen en dat het besluit van het UWV rechtmatig en zorgvuldig tot stand is gekomen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering met 25-35% arbeidsongeschiktheid.