ECLI:NL:CRVB:2007:BA4796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.M. van de Kerkhof
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld aan WSW-werknemer wegens ongeschiktheid voor laatst verrichte arbeid
Betrokkene was werkzaam als cleanroom-medewerker I in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en meldde zich ziek op 21 oktober 2002. Zijn arbeidsovereenkomst eindigde per 30 november 2002. Het UWV weigerde hem per 12 maart 2003 ziekengeld toe te kennen, omdat hij volgens een verzekeringsarts hersteld was voor zijn laatst verrichte arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, omdat appellant bij de beoordeling een onjuiste maatstaf arbeid hanteerde.
In hoger beroep stelde appellant dat bij WSW-werknemers de maatstaf arbeid de WSW-norm is, die inhoudt dat arbeid aangepast moet zijn aan de mogelijkheden van de werknemer. Appellant betoogde dat betrokkene met zijn beperkingen de functie kon vervullen en dat de arbeidsdeskundige Brouwer de beperkingen verkeerd had geïnterpreteerd. De Raad oordeelde echter dat de laatst verrichte arbeid, inclusief specifieke omstandigheden, de maatstaf vormt en dat betrokkene niet in staat was de functie uit te oefenen vanwege concentratieproblemen en werkbelasting.
De Raad volgde de conclusies van de arbeidsdeskundige en psychiater dat betrokkene zich niet langer dan een half uur kon concentreren, terwijl de functie minimaal een uur concentratie vereist. De Raad verwierp het standpunt van appellant en bevestigde het bestreden besluit van de rechtbank. Tevens veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van ziekengeld aan betrokkene wordt bevestigd.