ECLI:NL:CRVB:2007:BA4882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken per 18 januari 2004, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De Centrale Raad van Beroep verwijst naar de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en onderschrijft de medische en arbeidskundige onderbouwing van het bestreden besluit.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar gezondheidsklachten niet waren afgenomen maar juist verergerd, en betwijfelde het medisch oordeel van de verzekeringsarts. De Raad overweegt echter dat appellante geen nieuwe objectieve medische gegevens heeft ingebracht die twijfel kunnen doen rijzen over de vastgestelde functionele mogelijkheden op de datum van het besluit.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de aangevallen uitspraak. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen op 11 mei 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.