ECLI:NL:CRVB:2007:BA5007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid 25-35% volgens WAO
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25 tot 35% met ingang van 12 december 2001. De rechtbank Rotterdam had het beroep ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het onderzoek van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig en volledig is verricht. De medische beperkingen van appellante zijn adequaat vastgesteld op basis van rapportages van diverse medisch specialisten. Rapporten van niet-medische deskundigen, zoals van het instituut Psychosofia, werden niet als voldoende bewijs erkend.
De Raad concludeert dat appellante voldoende passende functies zijn aangeboden binnen haar belastbaarheid en dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld. Er is geen aanleiding om het eerdere oordeel te wijzigen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 25 tot 35% wordt bevestigd.