ECLI:NL:CRVB:2007:BA5018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit intrekking bruikleenauto na inkomenswijziging door huwelijk
Appellant kreeg op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) een bruikleenauto toegekend. Na zijn huwelijk en het daardoor gewijzigde inkomen besloot het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam dat appellant niet langer voor de bruikleenauto in aanmerking kwam en verleende in plaats daarvan een financiële tegemoetkoming.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en kreeg gedeeltelijk gelijk: het bezwaar tegen de intrekking van de bruikleenauto werd ongegrond verklaard, maar de financiële tegemoetkoming werd verhoogd. Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank die de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand hield.
Hij voerde aan dat hij erop mocht vertrouwen dat zijn huwelijk geen gevolgen zou hebben voor de bruikleenauto, mede op basis van een vermeende toezegging van een medewerker van de Sociale Dienst. Ook betwistte hij de afwijzing van zijn verzoek om vergoeding van proceskosten.
De Raad oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat geen ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging is gedaan door een bevoegd orgaan. Ook zag de Raad geen aanleiding om de uitspraak over de proceskosten te wijzigen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bruikleenauto na inkomenswijziging door huwelijk wordt bevestigd en het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt afgewezen.