ECLI:NL:CRVB:2007:BA5084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- T.R.H. van Roekel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering en terugvordering voorschot wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WAO-uitkering na het voltooien van de wettelijke wachttijd van 52 weken, ingaande 18 augustus 2003. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit verzoek af omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Tevens werd een voorschot op de WAO-uitkering teruggevorderd over de periode 18 augustus 2003 tot en met 30 november 2003.
Appellant stelde dat hij recht had op de uitkering en dat de terugvordering onterecht was. De rechtbank Arnhem oordeelde dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering bestond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische beperkingen waren onderschat en verwees naar een medisch adviseur die een urenbeperking adviseerde.
De Raad overwoog dat de Standaard Verminderde Arbeidsduur een beleidsdocument van het Uwv is en dat de rechter hieraan niet gebonden is. Nadere arbeidsdeskundige rapporten concludeerden dat appellant geen ontoelaatbare overschrijding van belastbaarheid vertoonde in de geselecteerde functies. De Raad zag geen reden om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigde de afwijzing van de uitkering en de terugvordering van het voorschot.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering en de terugvordering van het voorschot wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.