ECLI:NL:CRVB:2006:AY3613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd na medisch deskundigenonderzoek
Betrokkene, directeur-grootaandeelhouder van een importbedrijf, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid sinds oktober 2000. De uitkeringsaanvraag werd afgewezen omdat hij volgens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) minder dan 25% arbeidsongeschikt was. Diverse medische deskundigen, waaronder een neuroloog en een verzekeringsarts, onderzochten betrokkene. De neuroloog concludeerde dat betrokkene vanwege een hernia in de lendenwervelkolom en aanhoudende rugklachten niet in staat was zijn werk volledig te verrichten, vooral door beperkingen in zitten en rugbelasting.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van het UWV. In hoger beroep betwistte het UWV met name het oordeel van de neuroloog, maar de Raad stelde vast dat de medisch specialisten onafhankelijk en deskundig waren en dat betrokkene door zijn aandoening inderdaad beperkt was in zijn werk. De Raad oordeelde dat de weigering van de uitkering terecht was omdat betrokkene niet volledig arbeidsongeschikt was, maar wel beperkingen had die een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, rekening houdend met de medische bevindingen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen, met vergoeding van proceskosten aan betrokkene.