ECLI:NL:CRVB:2007:BA5132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering bij wisselende inkomsten
Appellante was arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering die werd aangepast op basis van een fictieve mate van arbeidsongeschiktheid. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had het percentage vastgesteld zonder per maand de wisselende inkomsten te berekenen, wat leidde tot een globale en niet gedetailleerde beoordeling.
Appellante voerde aan dat het voor haar niet duidelijk was dat zij te veel uitkering ontving, mede door verwarrende salarisstroken. Het Uwv handhaafde het besluit met de stelling dat zij redelijkerwijs had kunnen constateren dat de uitkering samen met haar salaris haar gebruikelijke inkomen oversteeg.
De Raad oordeelde dat het Uwv onvoldoende had aangetoond dat appellante redelijkerwijs kon weten dat zij teveel ontving, omdat niet per maand was vastgesteld of de inkomsten tot een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse leidden. Dit ontbrak aan een deugdelijke grondslag, waardoor het besluit en de aangevallen uitspraak vernietigd werden en het Uwv werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het besluit over de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het Uwv moet een nieuw besluit nemen.