ECLI:NL:CRVB:2007:BB4799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing WAO-uitkering wegens geschatte neveninkomsten zonder verifieerbare gegevens
Appellant, sinds 1978 arbeidsongeschikt en sinds 1998 WAO-uitkeringsgerechtigd, kreeg zijn uitkering per september 2000 geschorst wegens vermoedens van neveninkomsten. Een rapport werknemersfraude concludeerde dat appellant onvoldoende controle gaf op zijn inkomsten en dat de door hem overgelegde jaarrekeningen niet betrouwbaar waren. Het UWV stelde daarom zijn inkomsten schattenderwijs vast op ten minste het niveau van zijn bruto WAO-uitkering.
Appellant werd vrijgesproken van valsheid in geschrift en verzwijgen van inkomen, maar de Raad stelt dat dit oordeel van de strafrechter niet bindend is voor de bestuursrechter. De rechtbank en de Raad oordeelden dat het UWV terecht de uitkering met terugwerkende kracht heeft herzien en teruggevorderd, omdat appellant onvoldoende inzicht gaf in zijn inkomsten en het risico van een te hoge schatting voor hem is.
Appellant voerde aan dat zijn werkzaamheden gering waren en dat aanslagen vennootschapsbelasting op nihil waren gesteld, maar de Raad achtte deze argumenten onvoldoende om het oordeel van het UWV te weerleggen. Het verzoek om uitstel van behandeling werd afgewezen wegens gebrek aan uitzonderlijke omstandigheden.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees erop dat appellant later alsnog met definitieve belastingaanslagen het UWV kan verzoeken het besluit te herzien. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de schorsing en terugvordering van de WAO-uitkering van appellant wegens onvoldoende betrouwbare informatie over zijn inkomsten.