ECLI:NL:CRVB:2007:BA5133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding immateriële schade na weigering WAO-uitkering
Appellant verzocht om vergoeding van immateriële schade die hij zou hebben geleden door de weigering van het UWV om hem vanaf 5 maart 1996 een WAO-uitkering toe te kennen. Na vernietiging van het oorspronkelijke besluit door de Raad werd de WAO-uitkering alsnog toegekend met terugwerkende kracht, inclusief een vergoeding van wettelijke rente.
Appellant stelde dat hij door het late besluit geen fysiotherapeutische behandelingen kon ondergaan vanwege het ontbreken van een ziekenfondsverzekering, wat tot pijn en posttraumatische stress zou hebben geleid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad sloot zich hierbij aan.
De Raad overwoog dat bij vergoeding van immateriële schade aansluiting wordt gezocht bij het civielrechtelijk schadevergoedingsrecht, waarbij alleen ernstige inbreuken op de persoonlijke levenssfeer tot vergoeding leiden. Appellant kon niet aantonen dat hij meer dan normale psychische spanningen had ondervonden of dat het gemis aan fysiotherapie redelijkerwijs aan het besluit was toe te rekenen.
Het hoger beroep werd daarom verworpen en de Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens de late toekenning van de WAO-uitkering wordt afgewezen.