ECLI:NL:CRVB:2007:BA5175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding digitaal hoortoestel voor arbeidsgehandicapte ondanks Ziekenfondsvergoeding
Appellant, arbeidsgehandicapte trajectbegeleider, vroeg het UWV om een aanvullende vergoeding voor een digitaal hoortoestel bovenop de vergoeding vanuit de Ziekenfondswet. Het UWV wees dit af omdat er sprake zou zijn van een voorliggende voorziening vanuit de ziektekostenverzekering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant onvoldoende had aangetoond dat het hoortoestel vrijwel uitsluitend voor werkdoeleinden was.
In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het UWV bevoegd is om een voorziening toe te kennen indien het hoortoestel vrijwel uitsluitend voor de werksituatie is geïndiceerd. De Raad stelde vast dat de Zfw-vergoeding niet is toegesneden op de specifieke eisen van de werksituatie en dat het beleid van het UWV onvoldoende rekening hield met de dubbele functionaliteit van het hoortoestel.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen waarbij de redelijke meerkosten voor een werkgeschikt hoortoestel in aanmerking worden genomen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het UWV moet een nieuw besluit nemen en de redelijke meerkosten van een werkgeschikt digitaal hoortoestel vergoeden.