ECLI:NL:CRVB:2007:BA5270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag buitengewoon pensioen wegens onvoldoende bewijs van verzetsactiviteiten
Appellant, geboren in 1925, diende in 2003 een aanvraag in voor erkenning als verzetsdeelnemer en toekenning van een buitengewoon pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet. Hij stelde dat hij tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië lid was van een verzetsorganisatie, oranje V-tekens maakte, wapens verborg en herhaaldelijk werd gearresteerd en gemarteld.
De Stichting Pelita bracht een rapport uit waarin zij concludeerde dat appellant deelnam aan het verzet. Desondanks wees de Pensioen- en Uitkeringsraad de aanvraag af omdat de aard, omvang en frequentie van de activiteiten onvoldoende waren aangetoond om te voldoen aan de wettelijke criteria van verzet.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze afwijzing. De Raad overwoog dat lidmaatschap van een verzetsorganisatie op zichzelf niet voldoende is en dat er geen objectieve gegevens waren die de intensiteit en duurzaamheid van de verzetsactiviteiten van appellant bevestigden. Ook waren de redenen van zijn arrestaties onduidelijk. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een buitengewoon pensioen wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van verzetsactiviteiten.