ECLI:NL:CRVB:2007:BA5279
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen besluit vergoeding huishoudelijke hulp Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Appellante, een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, had een declaratie ingediend voor vergoeding van medische kosten en huishoudelijke hulp. De verweerster, de Pensioen- en Uitkeringsraad, betaalde de medische kosten uit maar stelde dat over de vergoeding van huishoudelijke hulp nog geen besluit was genomen.
Appellante maakte bezwaar tegen dit standpunt, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat er nog geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht was genomen over de vergoeding van huishoudelijke hulp. Appellante stelde beroep in tegen dit onderdeel van het bestreden besluit.
De Raad oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard omdat de betalingsbeschikking slechts een aankondiging betrof en geen besluit. Er zijn geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 mei 2007, waarbij de voorzitter en twee leden het oordeel onderschreven. Het beroep van appellante wordt verworpen en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar tegen vergoeding huishoudelijke hulp terecht niet-ontvankelijk was.