ECLI:NL:CRVB:2007:BA5311
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering na herziening arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig vloerenlegger, ontving sinds 1985 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na het aantreden als vertegenwoordiger in 1993 en een onderzoek naar zijn inkomsten, stelde het UWV een herziening van zijn arbeidsongeschiktheid vast en kortte de uitkering over 2002-2003. Tevens werd een bedrag aan onverschuldigd betaalde uitkering teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit van 22 april 2004. Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit op bezwaar op 3 mei 2005, waarin de uitkering werd aangepast en een terugvordering van €899,92 werd vastgesteld. Appellant voerde onder meer bezwaar tegen de berekening van het maatmanloon en de hoogte van de terugvordering.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht is uitgegaan van een correcte berekeningsmethode voor het uurloon en dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en terugvordering juist zijn. De door appellant aangevoerde autokostenvergoeding is niet in mindering gebracht omdat hij een bovenmatige, fiscaal belaste vergoeding ontving. Het hoger beroep tegen het besluit van 3 mei 2005 wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het besluit van 3 mei 2005 wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk.