ECLI:NL:CRVB:2007:BA5312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en niet-ontvankelijkheid hoger beroep na intrekking besluit
Appellant maakte bezwaar tegen een UWV-besluit van 12 juli 2002 waarbij zijn WAO-uitkering werd herzien van 80-100% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. Dit bezwaar werd bij besluit van 7 februari 2003 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens het hoger beroep trok het UWV het bestreden besluit in en verklaarde het bezwaar alsnog gegrond, waardoor appellant met ingang van 1 augustus 2002 recht behield op een WAO-uitkering in de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse. De Raad oordeelde dat het belang van appellant bij het hoger beroep daarmee was komen te vervallen, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep, en bepaalde dat het griffierecht door het UWV aan appellant werd vergoed. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer op 9 mei 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard na intrekking van het bestreden besluit en herstel van de oorspronkelijke WAO-uitkering.