ECLI:NL:CRVB:2007:BA5317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herhaalde aanvraag WAO-uitkering afgewezen wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante, werkzaam als frontofficemedewerkster, viel in april 2001 uit vanwege multiple sclerose. Het UWV wees haar eerste aanvraag voor een WAO-uitkering af omdat zij de wachttijd niet had voltooid. Deze beslissing werd onherroepelijk na afwijzing van bezwaar. In juli 2004 diende appellante een herhaalde aanvraag in, die eveneens werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
Appellante stelde dat zij de beroepstermijn niet had overschreden omdat zij het besluit pas in oktober 2005 ontving. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit niet op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt, waardoor de beroepstermijn pas in oktober 2005 begon te lopen en het beroep tijdig was ingesteld.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ontvankelijk. Inhoudelijk oordeelde de Raad dat het UWV terecht het oorspronkelijke besluit handhaafde omdat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een herziening rechtvaardigen. Wel staat het appellante vrij om bij verslechtering van haar situatie een nieuwe herbeoordeling aan te vragen.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.