ECLI:NL:CRVB:2007:BA5318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV omtrent WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellant, werkzaam als offsetdrukker, vroeg een WAO-uitkering aan na ziekmelding wegens psychomentale en nekklachten. Na onderzoek door verzekeringsarts Lieven en arbeidsdeskundige Morsink stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% en weigerde de uitkering. In bezwaar werden medische beperkingen bevestigd door neuropsycholoog Van der Scheer en aangepast in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) door bezwaarverzekeringsarts Khoe.
Appellant voerde aan dat de aangepaste FML onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen, met name de mentale belasting en opleidingseisen van de voorgehouden functies. De bezwaararbeidsdeskundige Van Rhee gaf nadere toelichting en stelde dat de functies medisch geschikt waren, met enkele aanpassingen in de functiekeuze.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit van het UWV onvoldoende was gemotiveerd in strijd met artikel 7:12 Awb Pro. De Raad vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen met toepassing van artikel 8:72 Awb Pro in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WAO-uitkering te weigeren is vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.