ECLI:NL:CRVB:2007:BA5346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering en toekenning renteschade
Appellant maakte bezwaar tegen een UWV-besluit van 24 oktober 2003 waarin hem een WAO-uitkering werd geweigerd omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat vier van zes geselecteerde functies geschikt waren voor appellant. In hoger beroep werd het bezwaar tegen het maatmaninkomen deels gehonoreerd door een nieuw UWV-besluit van 11 november 2005, waarmee appellant alsnog een uitkering werd toegekend op basis van 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beroep mede betrekking heeft op het besluit van 11 november 2005 en vernietigt het oorspronkelijke besluit en de uitspraak van de rechtbank wegens strijd met artikel 18 van Pro de WAO, omdat de loonkundige schatting ondeugdelijk was. Het latere besluit van 11 november 2005 blijft echter in stand, omdat de schatting op basis van vier geselecteerde functies voldoende transparant en toetsbaar is.
Daarnaast wijst de Raad het verzoek om renteschadevergoeding toe en veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep. Het griffierecht wordt eveneens aan appellant vergoed. Appellant handhaafde alleen nog grieven tegen drie van de vier functies, maar deze werden niet gegrond bevonden.
Uitkomst: Het oorspronkelijke UWV-besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, het latere UWV-besluit blijft in stand, renteschadevergoeding en proceskosten worden toegekend.