ECLI:NL:CRVB:2007:BA5443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens onzorgvuldig onderzoek verwijtbare werkloosheid
Appellant was sinds oktober 2002 werkloos en ontving een WW-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 28 maart 2005 omdat appellant een aanbod voor een opleiding en stage, die zouden leiden tot een arbeidsovereenkomst van 2,5 jaar, niet had geaccepteerd. Het UWV stelde dat appellant verwijtbaar werkloos was, omdat hij passende arbeid had geweigerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht had geoordeeld dat appellant door eigen toedoen geen passende arbeid had verkregen. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de concreetheid van het aanbod en de voorwaarden waaraan hij moest voldoen om de arbeidsovereenkomst te verkrijgen.
De Raad stelde vast dat het UWV haar besluit uitsluitend had gebaseerd op een rapportage van een arbeidstrainer, waarin sprake was van een theorieopleiding en stage, maar dat niet duidelijk was of dit aanbod concreet en passend was. De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan en vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd wegens onzorgvuldig onderzoek en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.