ECLI:NL:CRVB:2007:BA5464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin haar bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering werd afgewezen. Het UWV had haar uitkering per 5 februari 2004 beëindigd omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellante in staat was om passende functies gedurende 27,5 uur per week te vervullen.
In hoger beroep stelde appellante dat zij ernstig psychisch leed naast haar lichamelijke klachten, waardoor zij volledig beperkt zou zijn in haar functioneren. Zij overlegde een brief van een intaker van Psychiatrie AMC/De Meren met een voorlopige diagnose van onder meer een somatoforme stoornis en mogelijk een posttraumatische stressstoornis.
De Raad achtte deze brief onvoldoende om het eerdere oordeel te wijzigen, mede omdat de brief betrekking had op een latere datum dan het moment van beoordeling. De Raad onderschreef de medische beoordeling van de verzekeringsartsen en het UWV, waaronder ook een nadere rapportage waarin functies werden aangepast zonder gevolgen voor de mate van arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WAO-uitkering per 5 februari 2004 wordt bevestigd.