ECLI:NL:CRVB:2007:BA5585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand als alleenstaande, maar het College trok deze uitkering met ingang van 3 augustus 2004 in omdat appellant niet had gemeld dat hij een gezamenlijke huishouding voerde met Van K. De rechtbank had eerder geoordeeld dat sprake was van een gezamenlijke huishouding op basis van objectieve criteria zoals gezamenlijke hoofdverblijfplaats, financiële verstrengeling en wederzijdse verzorging.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de financiële verstrengeling beperkt was tot het delen van woonlasten, maar de Raad stelde vast dat er sprake was van een veel verdergaande financiële verwevenheid, waaronder hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek, aflossing van schulden door Van K., gezamenlijke levensverzekering en gebruik van elkaars auto.
De Raad oordeelde dat appellant gedurende de periode van 3 augustus 2004 tot en met 24 juni 2005 niet meer als zelfstandig subject van bijstand kon worden beschouwd en dat het College terecht de bijstand heeft ingetrokken wegens schending van de inlichtingenverplichting. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering van appellant wordt bevestigd wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding.