ECLI:NL:CRVB:2006:AY5142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herijking kernbegrippen WWB: reikwijdte en onderlinge verhouding beëindiging en intrekking bijstand
Appellant ontving sinds oktober 2000 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een melding over hoog energiegebruik startte het College een onderzoek, waarbij bleek dat appellant zonder melding een internetsite exploiteerde op naam van zijn pleegzoon. Het College blokkeerde vervolgens de uitbetaling en trok de bijstand per 1 mei 2004 in.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Deze oordeelde dat de schending van de wettelijke inlichtingenplicht een zelfstandige grond vormt voor intrekking van bijstand. De Raad achtte de stelling van appellant dat zijn pleegzoon de site beheert niet geloofwaardig en concludeerde dat het College terecht de bijstand introk.
De Raad bevestigde dat de intrekking terugwerkende kracht heeft vanaf 1 mei 2004 en dat de blokkering van de uitbetaling rechtmatig was. Het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding werden afgewezen. De Raad zag ook geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.