ECLI:NL:CRVB:2007:BA5787
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering toeslag burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1944 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in februari 2005 een aanvraag in voor een toeslag als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Verweerster wees de aanvraag af omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij was getroffen door oorlogsgeweld zoals bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet.
Appellant baseerde zijn aanvraag op algemene oorlogsherinneringen, voornamelijk ontleend aan de herinneringen van zijn moeder, zoals weergegeven in een sociaal rapport. De Raad en verweerster konden in deze algemene omstandigheden geen concrete gebeurtenissen onderscheiden die voldeden aan de wettelijke definitie van oorlogsgeweld.
De Raad benadrukte dat het bestaan van relevante oorlogsgebeurtenissen voorop staat en dat medische vaststelling van letsel pas aan de orde is als dergelijke gebeurtenissen zijn vastgesteld. Psychische klachten alleen zijn onvoldoende om oorlogsgeweld aan te nemen. Daarom blijft het bestreden besluit in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor toeslag als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld.