ECLI:NL:CRVB:2007:BA5789
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toeslag burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken invaliditeit
Appellante, geboren in 1929 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in 2005 een toeslag aan als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). Zij stelde klachten te ondervinden die verband houden met haar internering tijdens de Bersiap-periode. Verweerster wees de aanvraag af omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarde van blijvende invaliditeit ten gevolge van oorlogsgeweld.
Na bezwaar handhaafde verweerster dit standpunt en motiveerde dat de lichamelijke klachten niet gerelateerd konden worden aan de oorlogservaringen en dat de psychische klachten slechts in geringe mate verband hielden met de oorlog en geen invaliditeit opleverden. Appellante voerde aan dat de ernst van haar psychische klachten was onderschat en dat ook indirecte gevolgen, zoals negatieve herinneringsbagage, meegewogen moesten worden.
De Raad overwoog dat het advies van geneeskundig adviseurs, gebaseerd op onderzoek en medische informatie, leidde tot de conclusie dat er geen sprake was van ziekte of beperkingen die invaliditeit rechtvaardigen. De indirecte gevolgen konden niet worden meegewogen omdat de wet alleen directe gevolgen van oorlogsgeweld erkent. De Raad vond geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld.