ECLI:NL:CRVB:2007:BA5811
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken oorlogsgeweld
Appellante vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, met name vanwege de arrestatie en het overlijden van haar vader tijdens de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende evacuatie van haar gezin.
De Raad concludeerde dat de arrestatie van haar vader niet als een directe handeling tegen appellante kon worden gezien en dat er geen bewijs was dat de verhuizing van het gezin het gevolg was van een Duitse maatregel. De traumatische ervaringen van appellante werden daarom niet als oorlogsgeweld in de zin van de Wet aangemerkt.
De Raad wees ook op het feit dat de erkenning van haar schoonzuster niet relevant was omdat deze op andere gronden was toegekend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van verweerster gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van oorlogsgeweld in de zin van de Wet.