ECLI:NL:CRVB:2007:BA5860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als verzorgster voor 32 uur per week, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts van het UWV werd vastgesteld dat haar psychische toestand was verbeterd en dat zij in staat was licht werk te verrichten voor maximaal 20 uur per week. De arbeidsdeskundige selecteerde passende functies, waarna het UWV haar uitkering herzag naar 35-45% arbeidsongeschiktheid.
Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat haar beperkingen werden onderschat en dat zij nog steeds psychische klachten had, ondersteund door een verwijzing naar een psychiater. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond, gesteund door een rapport van een bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven en wees op een latere toekenning van volledige arbeidsongeschiktheid per 29 december 2005. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische basis van het besluit voldoende was en dat de arbeidskundige gegevens de beperkingen adequaat weerspiegelden. De latere volledige arbeidsongeschiktheid was niet doorslaggevend voor de beoordeling op de datum in geschil. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.