ECLI:NL:CRVB:2007:BA5869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag tijdens detentie wegens ontbreken huishouden en onderhoud
Appellante was gedetineerd van 21 januari 2002 tot 20 september 2002. Tijdens deze periode woonden haar kinderen bij anderen en werd de kinderbijslag voor het tweede en derde kwartaal van 2002 door de Sociale verzekeringsbank (Svb) geweigerd omdat de kinderen niet tot haar huishouden behoorden en zij niet in belangrijke mate bijdroeg aan het onderhoud.
Appellante voerde aan dat de kinderbijslag ten goede was gekomen aan de kinderen doordat zij de gelden ter beschikking stelde aan de verzorgers. Zij overhandigde verklaringen en giroafschriften ter onderbouwing. De rechtbank en de Raad oordeelden echter dat de wettelijke voorwaarden niet waren vervuld, omdat de kinderen niet tot haar huishouden behoorden en de onderhoudsbijdrage niet aantoonbaar was voldaan.
De Raad benadrukte het dwingende karakter van de wettelijke bepalingen en het beleid van de Svb dat geen volledige terugwerkende herziening toepast als de uitkeringsgerechtigde niet tijdig melding maakt van detentie. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag omdat de kinderen niet tot het huishouden behoorden en de onderhoudsbijdrage niet voldoende was.