ECLI:NL:CRVB:2007:BA5886
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Beoordeling grondslag WUV-uitkering na beëindiging werkzaamheden en pensioen
Appellant, erkend als vervolgde met psychische klachten in causaal verband met vervolging, vroeg een periodieke uitkering aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). Na pensionering en beëindiging van zijn werkzaamheden in 2005 stelde verweerster de grondslag van de uitkering vast op het minimum.
Appellant voerde aan dat de grondslag hoger moest worden vastgesteld op basis van zijn verdiensten als zelfstandig installateur en loodgieter, omdat hij zijn werkzaamheden eerder had moeten verminderen door psychische klachten. De Raad vond echter geen bewijs dat appellant eerder zijn werkzaamheden had verminderd en concludeerde dat de vermindering pas in 2005 plaatsvond na pensionering.
De Raad oordeelde dat de grondslag terecht op het minimum was vastgesteld volgens artikel 8 van Pro de Wet, omdat appellant niet was aangewezen op inkomsten uit arbeid ten tijde van de verergering van de klachten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de grondslag van de WUV-uitkering blijft vastgesteld op het minimum.