ECLI:NL:CRVB:2007:BA5945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid en maatmanloon appellant
Appellant, werkzaam als packing-operator, meldde zich ziek per 19 september 2002 en vroeg een WAO-uitkering aan. Na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 25-35%, later bij bezwaar verhoogd naar 35-45%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde het UWV dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) was bijgesteld, wat leidde tot een herziening van de arbeidsongeschiktheid naar 45-55%. De Raad zag echter geen aanleiding om nieuwe stukken te betrekken en vernietigde het bestreden besluit. Daarnaast bleek uit een verklaring van de werkgever dat appellant recht had op een aanwezigheidsbonus, die het UWV onjuist had verwerkt in het maatmanloon.
De Raad oordeelde dat de aanwezigheidsbonus per jaar betaald werd en evenredig naar het aantal gewerkte uren moest worden toegerekend. Hierdoor waren zowel het bestreden besluit als de aangevallen uitspraak onjuist. De Raad vernietigde beide en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.