ECLI:NL:CRVB:2007:BA5948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G. van der Wiel
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuist opgegeven woonadres
Appellant kreeg zijn bijstandsuitkering ingetrokken over de periode van 30 september 1999 tot en met 31 augustus 2004 omdat hij niet de vereiste inlichtingen had verstrekt over zijn werkelijke woonadres. Uit onderzoeken van het College en de Sociale Recherche bleek dat appellant niet woonachtig was op het door hem opgegeven adres, een woonboot. Diverse feiten, zoals het ontbreken van waterverbruik en verklaringen van buurtbewoners, ondersteunden dit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het College terecht het recht op bijstand heeft ingetrokken op grond van artikel 54, derde lid, WWB en de gemaakte kosten kon terugvorderen op grond van artikel 58, eerste lid, WWB.
Appellant kon geen geloofwaardige verklaring geven voor het ontbreken van waterverbruik en het feit dat hij niet op het opgegeven adres woonde. Het beleid van het College om bij schending van de inlichtingenverplichting tot intrekking en terugvordering over te gaan, werd door de Raad als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering wegens het niet verstrekken van juiste woonadresgegevens.