ECLI:NL:CRVB:2007:BA5953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en weigering WAO-uitkering na arbeidsongeschiktheid
Appellante is sinds 30 oktober 2002 arbeidsongeschikt voor haar werk als naaister door diverse klachten. Het UWV heeft op basis van medisch onderzoek en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) vastgesteld dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt is en daarom geen WAO-uitkering krijgt toegekend.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivering omtrent de geschiktheid van de geselecteerde functies. Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit waarin werd bevestigd dat appellante drie functies kon vervullen. Dit besluit werd aangevochten in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat er geen nieuwe medische gegevens zijn die het oordeel over de belastbaarheid wijzigen. De Raad acht de schatting van de functies transparant, verifieerbaar en toetsbaar en verklaart het beroep ongegrond.
De Raad wijst erop dat de eigen mening van appellante en haar gemachtigde onvoldoende wordt ondersteund door medische gegevens en dat de diagnose fibromyalgie van de orthopedisch chirurg geen afbreuk doet aan de vastgestelde belastbaarheid.
Het hoger beroep wordt daarmee verworpen en het besluit van het UWV blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.