ECLI:NL:CRVB:2007:BA6067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G. van der Wiel
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlaging bijstand wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Appellante vroeg bijstand aan over de periode van 28 september 2004 tot 3 november 2004 omdat haar echtgenoot tijdelijk in Turkije verbleef vanwege militaire dienstplicht. Het College wees de aanvraag af en legde een 100% verlaging van de bijstand op wegens een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende tijdig had gesolliciteerd en zich pas op 6 oktober 2004 als werkzoekende had ingeschreven, terwijl zij direct bemiddelbaar was. Dit leidde tot bijstandsbehoevendheid en rechtvaardigde een verlaging van de bijstand.
Echter vond de Raad dat de verlaging niet 100% mocht zijn, maar op grond van de Afstemmingsverordening beperkt moest worden tot 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand, omdat de periode korter dan drie maanden was en er geen verzwarende omstandigheden waren. Het besluit van het College werd daarom vernietigd en het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot 100% verlaging van de bijstand wordt vernietigd en de verlaging wordt vastgesteld op 10% gedurende een maand.