ECLI:NL:CRVB:2007:BA6073

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-2320 WAZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:69 AwbArt. 8:75 AwbArt. 9 Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak over bezwaararbeidsdeskundige bij WAZ-schatting

De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht over de WAZ-schatting van betrokkene. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de bezwaararbeidsdeskundige terecht de functie van telemarketeer buiten beschouwing heeft gelaten bij de beoordeling van de resterende verdiencapaciteit.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende heeft gemotiveerd dat de schatting zonder de functie telemarketeer voldoet aan de eisen van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. De drie functies die wel in aanmerking zijn genomen (vertegenwoordiger, acquisiteur en telefonist/receptionist) voldoen aan de jurisprudentiële criteria van minimaal zeven arbeidsplaatsen en tezamen vertegenwoordigen zij ten minste 30 arbeidsplaatsen.

Hoewel het vervallen van de functie telemarketeer de resterende verdiencapaciteit wijzigt, verandert dit niet de arbeidsongeschiktheidsklasse van betrokkene, die minder dan 25% arbeidsongeschikt blijft. Hierdoor is sprake van een nadere motivering die niet leidt tot een slechtere positie voor betrokkene. De Centrale Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het UWV ongegrond.

Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.

Uitspraak

05/2320 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 8 april 2005, 04/971 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
en
appellant.
Datum uitspraak: 25 mei 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld en betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 april 2007.
Appellant was vertegenwoordigd door mr. E.J.S. van Daatselaar. Betrokkene is niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De feiten die in de aangevallen uitspraak zijn vermeld, worden door partijen niet betwist en vormen ook voor de Raad het uitgangspunt bij zijn oordeelsvorming.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de bezwaararbeidsdeskundige in bezwaar terecht de functie van telemarketeer met functienummer 8451-2998-004 behorend bij de Sbc-code 516180 buiten beschouwing heeft gelaten.
De Raad, zich in het licht van artikel 8:69 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beperkend tot dit geschilpunt, beantwoordt deze vraag bevestigend.
Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende duidelijk heeft gemaakt dat de schatting zonder deze functie aan de eisen van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten voldoet.
Artikel 9 van Pro dit Besluit luidde op de datum in geding - voor zover hier van belang - als volgt:
Bij bepaling van hetgeen betrokkene nog met arbeid kan verdienen worden de volgende regels in acht genomen:
a. in aanmerking wordt genomen die algemeen geaccepteerde arbeid waarmee betrokkene per uur het meest kan verdienen. Deze arbeid wordt nader omschreven in de vorm van ten minste drie verschillende in Nederland uitgeoefende functies waarmee het hoogste inkomen per uur kan worden verworven. Deze functies vertegenwoordigen tezamen ten minste 30 arbeidsplaatsen.
De Raad constateert dat de bezwaararbeidsdeskundige drie verschillende functies in aanmerking heeft genomen, namelijk vertegenwoordiger, acquisiteur en telefonist/ receptionist. Elk van deze functies voldoet aan de in de jurisprudentie ontwikkelde eis van minimaal zeven arbeidsplaatsen en het totale aantal arbeidsplaatsen van deze drie functies bedraagt 32.
Deze functies zijn niet anders dan de in eerste instantie door de arbeidsdeskundige geduide functies met dien verstande dat één functie is komen te vervallen. Door het in bezwaar laten vervallen van deze functie is weliswaar de resterende verdiencapaciteit van betrokkene gewijzigd, maar niet de arbeidsongeschiktheidsklasse: betrokkene wordt nog steeds minder dan 25 % arbeidsongeschikt geacht. Er is dan ook sprake van een nadere motivering van het oorspronkelijke besluit waardoor betrokkene niet in een slechtere positie is komen te verkeren dan voordat hij bezwaar aantekende. Zijn recht op uitkering is immers niet gewijzigd.
Het voorgaande leidt er toe dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt.
Het inleidend beroep wordt ongegrond verklaard.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het inleidend beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2007.
(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.
(get.) M.C.T.M. Sonderegger.