ECLI:NL:CRVB:2007:BA6074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep wijst proceskostenvergoeding toe na intrekking hoger beroep tegen UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WAO-zaak. Tijdens het proces trok appellant het hoger beroep in, nadat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) geheel aan de bezwaren van appellant tegemoet was gekomen met een nieuwe beslissing.
De Raad stelde vast dat het UWV de wettelijke rente over de na te betalen uitkering moest vergoeden, conform eerdere jurisprudentie. Daarnaast oordeelde de Raad dat het UWV, op verzoek van appellant, veroordeeld kon worden tot vergoeding van de proceskosten van het hoger beroep, aangezien het beroep was ingetrokken vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de wettelijke rente, vergoeding van het betaalde griffierecht van €133,- en proceskosten van €322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten met toestemming van partijen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.