ECLI:NL:CRVB:2007:BA6082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 11 januari 2004
Appellante stelde dat haar gezondheid en belastbaarheid sinds haar bevalling op 9 januari 2003 waren verslechterd, maar kon dit niet met medische gegevens onderbouwen. Het UWV had op 7 juli 2003 een verzekeringsgeneeskundig onderzoek verricht, waarbij geen aanvullende informatie bij de behandelend arts was opgevraagd omdat er voldoende gegevens in het dossier aanwezig waren.
De rechtbank vernietigde het eerdere besluit tot intrekking van de WAO-uitkering, maar handhaafde de rechtsgevolgen daarvan. In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV ten onrechte geen gegevens bij haar huisarts had opgevraagd en dat er onvoldoende medisch onderzoek was gedaan, onder meer omdat een scan van april 2007 een ernstige artrose toonde.
De Raad oordeelde dat het opvragen van gegevens bij de huisarts niet verplicht was omdat er geen aanwijzingen waren dat de huisarts een afwijkend beeld had van de beperkingen van appellante. Bovendien heeft appellante nagelaten medische gegevens te overleggen die haar stellingen ondersteunen.
De Raad stelde dat een medisch onderzoek naar de gezondheidstoestand op de datum in geding (11 januari 2004) niet relevant is voor het oordeel, omdat de scan uit 2007 een momentopname betreft en de klachten in de tussentijd zijn veranderd. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering per 11 januari 2004 blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 11 januari 2004 wordt bevestigd en het hoger beroep afgewezen.